Posts Tagged ‘Groot-Brittannie’

Familie Belga

De naam Belga is op een merkwaardige manier in Roderwolde terechtgekomen. Alle Abels van de Achterste weg trouwde op 5 mei 1805 met Geertje Kornelis uit Fochtelo. In de omgeving van Fochtelo was Berga een veel voorkomende naam. Na de verplichte invoering van een vaste familienaam in 1826 kozen Alle en zijn vrouw voor de naam Berga, na enkele jaren verbasterd tot Belga. Abel en Geertje kregen samen vier kinderen. Geen van de kinderen was getrouwd of had kinderen nagelaten, waardoor deze tak van de familie Belga uitstierf.

Abel’s oudere broer Jan nam echter ook de familienaam Belga van zijn broer en schoonzuster aan. Zijn nakomelingen vinden we tot op de dag van vandaag terug in de Rowolmer samenleving. We geven hierna een korte samenvatting van de familiestamboom, te beginnen bij Oedze Alles, de stamvader van de Belga’s in Roderwolde.

Oedze Alles

In het Belijdenisregister van de kerk noteerde dominee Petrus Brouwer op 13 september 1761 dat Oetze Alles en zijn huisvrouw Grietie Abels met attestatie uit Noordlaren waren overgekomen. Oedze Alles (de naam werd op verschillende manieren geschreven, soms ook als Oetjen of Oetse) is waarschijnlijk omstreeks 1720 in Friesland, mogelijk in Leeuwarden, geboren. In 1763, een jaar nadat Oedze Alles met zijn gezin naar Roderwolde was verhuisd, overleed zijn vrouw. De familie nam zijn intrek in een klein huis tegenover de Laan naar Mensinge (de huidige Diaconielaan), eigendom van de familie de Coninck uit Peize.

Oedze Alles was landwinner van beroep. Dat is waarschijnlijk de reden geweest voor zijn komst naar Roderwolde. Omstreeks 1770 werd gestart met de aanleg van de Onlandsedijk, voor die tijd een groot en arbeidsintensief karwei, dat ongetwijfeld veel arbeiders naar Roderwolde heeft getrokken. Zijn naam leeft voort in een perceel groenland, het Allenland,  op de westelijke hoek van de Onlandsedijk. Bij recente opgravingen in dat perceel is o.a. een haardplaats gevonden. Mogelijk dat Oedze Alles en zijn medewerkers daar onderdak hebben gevonden tijdens de ontginningswerkzaamheden [i].

Oedze Alles hertrouwde op 8 nov. 1767 met Jantien Klaesen, weduwe van Jarigh Davits. Het echtpaar verhuisde naar het Diakoniehuis op de es aan de Achtersteweg, waar Oedze in 1780 overleed.

Abel Oedzes

Abel Oedzes, de zoon van Oedze en Grietie, trouwde op 23 juli 1769 met de weduwe Hendrikje Jans. Zij was de dochter van Jan en Jantje Eylers, geboren in een boerderij aan de Achtersteweg (nu nr. 6). Waarschijnlijk was zij het enige overgebleven kind van de familie Eylers, dus Abel Oedzes trouwde bij zijn schoonfamilie in. Het echtpaar Oedzes kreeg zes kinderen, waarvan niet Jan, maar de jongere broer Alle zijn vader als boer opvolgde.

Abel Oedzes boerde voorspoedig en breidde zijn bezit langzamerhand uit. Zijn vrouw Hendrikje Jans overleed in 1806, Abel stierf op 11 december 1815.

Jan Abels (Belga)

De oudste zoon van Abel Oedzes en Hendrikje Jans, Jan Abels, werd gedoopt op 9 januari 1774. Hij trouwde in Roderwolde op 5 mei 1805 met Derkje Geerts Oosterhuis, arbeidster, geboren in 1774. Jan Abels en Derkien Geerts woonden in een keuterij van Remmelt Baving, de eigenaar van de Enumahoeve aan de Achtersteweg. Jan Abels was arbeider en had slechts een klein bezit: een halve mudde bouwland en 2 dagmaten groenland. Hun huis lag aan het pad dat vanaf het kruispunt bij de oude pastorie naar de Harm Bartelds-boerderij aan de Kruiskamp liep.[ii] Evenals zijn grootvader Oedze Alles had Jan Abels een schamel bestaan. Ook hij moest regelmatig bij de kerk aankloppen om te kunnen overleven. Op 17 mei 1820 ontving de Diakonie geld voor het gebruik van het zwarte laken voor Jan Abels, dus hij was kort daarvoor overleden. Zijn weduwe sloot in mei 1821 een lening bij de Diakonie van 100 guldens, waarover zij jaarlijks drie gulden rente moest betalen. In 1826 was zij in staat om deze lening af te lossen. Jan Abels en zijn vrouw namen de familienaam Belga over van broer Alle Abels.

Uit het huwelijk van Jan Abels Belga en Derkje Geerts (Oosterhuis) werden drie kinderen geboren:

1. Abel Jans Belga, 26 januari1807, schipper, overleden 20 oktober 1845 te Roden

2. Geert Jans Belga, 29 juni 1810, schipper, overleden 14 september 1888 te Peize

3. Henderikus Belga, 13 mei 1815, schoenmaker, overleden 24 februari 1890 te Peize

Met de snik naar Groningen

Geert Jans Belga trouwde met Willemtje Geerts Bremer en vestigde zich in 1840 als schipper in het schippershuis naast de haven. Hij is de eerste schipper Belga in Roderwolde. Geert Schipper werd opgevolgd door zijn oudste zoon Jan Geerts Belga.

Op 15 januari 1880 vond in herberg het Blauwe Paard van Roelf Eikema te Roderwolde de openbare verkoping plaats van ”een overdekt schip, genaamd de Jonge Jan, liggende in de Schipsloot en een behuizing, met het Schipsloot, bezwaard met een pand dijk op de Roderwolderdijk en een pand dijk op de Kerklaan.” Jammer genoeg wordt hier niet vermeld wie de verkoper was, wel wordt de koper genoemd: Jan Geerts Belga die f 2300, – neertelde voor het geheel.

Het schippershuis met haven en Schipsloot in de jaren vijftig. De haven is dan niet meer in gebruik en de Schipsloot dreigt dicht te groeien.

 

Jan Geerts Belga had een wekelijkse veerdienst op Groningen met zijn scheepje, een snik. Dit was een puntig vaartuig met een korte mast waaraan het touw voor het snikpaard was bevestigd. Soms was er ook nog een lange mast om de jaaglijn hoger te bevestigen. De snikjager had achter zijn zadel een dwarshout, waaraan de treklijn was bevestigd. Iedere dinsdag vertrok de snik naar Groningen met mensen en goederen aan boord. Het scheepje werd vanuit de haven getrokken door een paard tot aan het Peizerdiep. Daarna moest de bemanning zich verder redden met zeilen, bomen of trekken. Smid Lammert van der Veen vertelde vroeger dat dit een zware klus was: ”In Hoogkerk kon er een paard voor worden gespannen, maar langs het Peizerdiep moest de trekkende man vaak door de modder waden. Bij hoog water kon men geen droge voeten houden, want het water liep in de laarzen. Viel men, dan betekende dat een bad in het vaak ijskoude water. Eenmaal terug bij de Schipsloot kwam het paard er weer voor. Voor 25 cent kon men heen en terug.”

Als Belga’s snik Vierverlaten had bereikt, stond een scheepsjager klaar met een eigen paard en werd het scheepje verder naar Groningen getrokken. Hoewel per wet geregeld was dat de trekschipper zich moest onthouden van dronkenschap, was de snikjager die Belga’s scheepje terug moest trekken van Groningen naar Vierverlaten weleens stomdronken. Dan sliep hij zijn roes uit in het schip en moest één van de eigen bemanning het paard verzorgen. De schipper moest met de laatste slag van de klok uit Groningen afvaren, meestal omstreeks twee uur. Van oudsher gold de vaste regel dat de schipper onderweg geen mensen of goederen van elders aan boord mocht nemen. Ieder dorp had zijn eigen veerdienst en zijn eigen schipper.

Belga’s scheepje bood waarschijnlijk weinig luxe aan de reizigers. Wel zaten ze overdekt in een kleine roef, waar banken langs de kant stonden met een tafel in het midden. Er konden vijf reizigers mee en de tijd werd gedood met kaarten en het uitwisselen van de laatste nieuwtjes. Ongetwijfeld werd er zonodig een hartversterkertje door de opvarenden genoten.

Het Peizerdiep was tot de kanalisatie in de vijftiger jaren een bochtig vaarwater, waar de vaargeul dikwijls moeilijk was te onderscheiden. Om de risico’s te beperken, sneden de schippers hulsttakken en pootten deze als baken in de scherpe bochten. Jan Luinge vertelde dat hij in de jaren twintig met zijn oom Jan Schipper met paard en wagen naar het Lieverense bos ging om hulstbosjes te halen. De hulst werd in de haven overgeladen op het schip en werd tot Vierverlaten in de bochten gezet.

De beurtschepen uit Leek, Nietap, Roden, Peize en Roderwolde legden allemaal aan in de Westerhaven voor café de Slingerij.

De Westerhaven met vracht- en beurtschepen. ( Foto overgenomen uit D. Hartsema en W. Mollema, Met de boderijders naar Groningen, 1987).

De passagiers stapten van boord en handelden hun zaken af of gingen op visite. De vracht werd uitgeladen en verhandeld. Rond 1900, voor de komst van de zuivelfabriek, werd veel zelfgemaakte boter aan burgers in de stad of op de markt verkocht evenals eieren, vogels en eenden. In november was het scheepje zwaar beladen met dood spek. Veel boeren mestten enkele varkens, die in november werden geslacht. De meeste boeren hadden vaste afnemers voor hun spek, niet alleen burgers maar ook inrichtingen en weeshuizen. De rest werd verkocht op de doodspek-markt. Deze was op de Grote Markt waar het spek werd gewogen bij de Waag.

Jan G. Belga en zijn vrouw Janna Koops woonden in de beginjaren van hun huwelijk in een huurhuisje aan de Voorste weg ten zuiden van molen Woldzigt. In 1904 verzocht de heer J. Rietema, molenaar van molen Woldzigt en toenmalig eigenaar van dit huis om het te mogen slopen. Rietema kreeg hiervoor gemeentelijke toestemming en bouwde een prachtige nieuwe villa. In Roderwolde wordt dit huis gewoonlijk het Witte Huis genoemd.

Jan en Janna lieten op de plaats van de oude schipperswoning naast de haven een nieuw huis bouwen.

Op 6 juli 1903 vroeg hij toestemming aan de gemeente om een stookhut naast zijn huis te zetten:

Ondergetekende J. Belga te Roderwolde geeft met verschuldigde eerbied te kennen dat hij wel van plan is om een stookhok bij zijn huis te plaatsen. Nu wilde ik Ued. wel verzoeken of Ued. zoo goed wilt zijn om mij een vergunning te willen geven dat ik met het bouwen ervan wel zoo spoedig mogelijk mag beginnen. Niet twijfelende of Ued. zult wel de goedheid hebben om aan mijn verzoek t willen voldoen. In afwachting

noem ik mij Ued. Dw. Dn.

J. G. Belga

Jan Geerts Belga en Janna Koops op oude leeftijd. (foto fam. G. Belga)

Jan G. Belga overleed in 1912 en werd als schipper opgevolgd door zijn jongste zoon Jan. Deze was 21 jaar toen zijn vader overleed en kreeg dus heel jong de verantwoordelijkheid voor het bedrijf op zijn schouders.

De tweede Jonge Jan

De eerste Jonge Jan van schipper Belga werd aan het einde van de 19e eeuw ingeruild voor een zeilschip. Maar ook in Roderwolde stond de tijd niet stil. Zoon Jan verruilde het zeil voor een motor en zelfs werd in 1932 de eerste vrachtwagen gekocht, een T-Ford. De schoolkinderen liepen allemaal naar het hek voor school toen ze voor het eerst van hun leven een vrachtauto in Roderwolde zagen voorbijkomen

Voor de Tweede Wereldoorlog voeren de Belga’s met een kleine binnenvaarder van 24 ton die opnieuw de Jonge Jan werd genoemd. De boot was uitgerust met een 1 cilinder Bronsmotor van 10 pk. Het was een krachtige motor en de schroef verzette zoveel water in de smalle en ondiepe Schipsloot dat de schipper het risico liep om vast te komen zitten. Daarom werd de Jonge Jan nog steeds op de ouderwetse manier met het paard, een Bovenlander ruin, naar het Peizerdiep getrokken. Een van de kinderen of een knecht klom tegen de avond op de zwikstelling van de molen en wachtte daar op de boot. Als de Jonge Jan terug kwam, werd er ter hoogte van de huidige fietsbrug met een mooie grote bel geluid om de mensen thuis te waarschuwen dat het paard kon worden aangespannen. Ter hoogte van Bommelier werd de boot vastgemaakt aan de knuppel achter het paard, de motor werd afgezet en zo voer men de thuishaven in.

Schipper Jan Belga had hulp van knechten en van familie- en gezinsleden. Bote ter Steege, familie van Jan en Marchien Belga, hielp mee op de oude boot en op de Jonge Jan. Hij was een schilderachtige persoon met uitgesproken ideeën en werd in de buurt vaak uitgescholden voor communist. Een zeer bedreven hulp was ook neef Jans Koopman. Hij kon zowel de boot kundig varen als de T-Ford besturen. Jans had een groot gezin met 10 kinderen en woonde in een huis op de Westeres (nu Pastorielaan 4). Toen Belga in 1932 zijn eerste vrachtauto kocht, moest hij voor het rijexamen opkomen in Nienoord. Hij had het rijden geleerd van zijn zwager Jan Scheepstra uit Yde. Hij slaagde natuurlijk wel voor dit examen, maar het oordeel van de examinator was niet onverdeeld gunstig: Belga kon goed sturen, maar moest het schakelen beter leren.

Jan Belga en Marchien Scheepstra op een foto gemaakt ter gelegenheid van hun huwelijk op 12 mei 1916.

Groningen was voor de oorlog het centrum waar de beurtdiensten uit alle windstreken van het noorden hun passagiers en vrachten afzetten. Schepen, wagens en vrachtwagens zorgden op de marktdagen, dinsdag en vrijdag, voor een enorme drukte in de stad. Op dinsdag werd gewoonlijk vee uit de omgeving naar de haven van Roderwolde gebracht om op de veemarkt in Groningen te worden verhandeld. In drukke tijden gingen soms 20 stuks vee mee, en werd zonodig de praam achter de Jonge Jan gekoppeld. Eenmaal in de stad aangekomen werd het vee door drijvers naar de Veemarkt gebracht. Voor in de tip van de boot waren banken waarop ongeveer acht mensen konden zitten. Bij koud weer werd de potkachel aangestoken. Ook kleinvee werd meegenomen voor de ’loezemarkt’ op het Kattendiep. Schipper Belga was natuurlijk aan boord en Geert, de broer van Jan, stond in de stuurhut aan het roer. Op vrijdag werd alleen gevaren als extra vracht moest worden gebracht.

De schipper was ook een veredelde boodschappendienst voor de Rowolmer bevolking. Hij nam desgevraagd pakjes en brieven mee naar de stad en deed voor de Rowolmer huisvrouwen boodschappen. Aofke, de vrouw van schilder Derk Bathoorn, gaf de vuile schildersoveralls mee om te laten wassen bij Wasserij van de Krieke, naast de brug aan het Hoendiep te Vierverlaten. De klanten hadden een grenzeloos vertrouwen in de smaak van Jan Schipper en gaven hem de vrijheid om naar eigen believen iets uit zoeken in de winkels. Zo bracht hij op een keer mooie glazen bloemvazen van 15 cm hoog met een kraagje voor Aofke mee.

Jannes, de oudste zoon van Aofke en Derk, maakte op een bijzondere manier kennis met de daadkracht van Jan Schipper. Deze had op verzoek van de familie een handtondeuse gekocht in Groningen. Terwijl hij daarmee aan het uitpakken was, sommeerde hij Jannes om te gaan zitten zodat hij het apparaat op hem kon uitproberen.

Jan Schipper oefende even en zette toen het apparaat resoluut op Jannes’ haardos en knipte een ruime baan haar boven zijn oor weg. Jan Schipper bevestigde tevreden dat de tondeuse goed werkte, legde hem op tafel en vertrok uit huize Bathoorn, het slachtoffer achterlatend met een niet afgewerkt kapsel. Dat was op zich geen drama, maar het was zo druk in de zaak dat zijn moeder geen tijd had om het knippen verder af te maken. De volgende morgen ging het arme jong met een gehavend hoofd naar de zondagschool, dit tot hilariteit van de andere kinderen. Jannes schaamde zich dood, dank zij Jan Schipper.



[i] Kadastrale Atlas Drenthe, 1832, sectie B, 418, 419.

[ii] KAD, 1832, , sectie C, nr. 168.

Diensten

Het hedendaags vervoer vraagt om een slimme en efficiënte manier van werken om voor ieder logistiek vraagstuk de juiste oplossing te vinden. Belga’s Internationaal Transport uit Roden is in dat opzicht een volwaardige partner op het gebied van transport en distributie. Wij voeren zeer diverse transporten uit voor een breed scala aan bedrijven en staan bekend om onze ‘korte lijnen’en zeer scherpe prijs-kwaliteitverhouding.

Bestemmingen

Belga Transport is specialist op het gebied van transporten naar en van Groot-Brittannië ( Engeland, Schotland). Daarnaast vervoert Belga naar en van:

  • Benelux
  • West-Europa

Soorten Transport en transportmiddelen

  • Deel- en kompleetladingen
  • Tijdsleveringen
  • Kwetsbare goederen
  • Koerierswerk
  • Spoedzendingen
  • Lossen of laden met laadklep
  • Kooi-aap
  • Vrachten voor Joloda-trailers
  • Open opleggers
  • Kastenwagens
  • Walking-floors
  • Kippers

Home

Belga is al meer dan 75 jaar een begrip in het wegtransport en is in het bijzonder gespecialiseerd in transport naar en van Groot-Brittannië. Dagelijks vertrekken onze eigen wagens en chauffeurs naar Engeland en Schotland met zowel stukgoed als deel – en kompleetlading. Op de UK zetten wij een breed scala aan voertuigen in. Wij kunnen daarom aan praktisch al uw vervoerswensen invulling geven.

Naast de specialisatie op Groot-Brittannië verzorgen wij voor vele klanten een grote diversiteit aan transporten in de Benelux en West-Europa. Daarbij ligt de nadruk op de ‘specifieke transporten’. Natuurlijk kunt u ook voor de standaard zendingen bij ons terecht.

Als uw goederen om specifieke aandacht vragen bent u bij ons op het juiste adres. Zeker als het om vervoer naar en van Groot-Brittannië gaat. Neemt u gerust contact met ons op voor verdere informatie en kijkt u eens bij onze diensten om een beter beeld te krijgen van wat wij voor u kunnen betekenen.